Alles begon op de gezegende 9 mei van het jaar 1981 toen ik voor het eerst het daglicht zag. Van jongs af aan bleek ik al snel heel sportief te zijn en toen we op school moesten antwoorden wat we later wilden worden, antwoordde ik altijd: “sporter”.
Toch duurde het tot mijn 7de levensjaar vooraleer ik lid werd van een sportgroep. Via Alexander De Baets rolde ik het voetballeven van VC Assenede binnen. Het had evengoed atletiek, zwemmen of zelfs vinkenzetter kunnen zijn maar de meeste van mijn vrienden voetbalden nu eenmaal en na verloop van tijd volg je hen. Het was een hele leuke tijd en na verloop van tijd bleek dat ik toch enige aanleg had voor het voetballen. Na de miniemen categorie kon ik een stapje hogerop zetten bij KFC Eeklo en kijken wat ik waard was op nationaal ipv op gewestelijk niveau. Daar werd ik voor het eerst geconfronteerd met druk, jaloezie en opofferingen doen. Ik moest namelijk mijn vrienden achterlaten, het judo opgeven want ipv 1 keer moest ik nu 3 keer in de week trainen, mijn ouders moesten een afkoopsom betalen want het Bosman-arrest bestond nog niet en het bestuur van VC Assenede liet me niet vertrekken en ik werd ook prompt naar de bank verbannen. Als kind van 13 jaar was dat heel naar om te ervaren.
Op nationaal niveau voetballen vergde enige aanpassing maar ik kon vlot mee en was altijd een vaste waarde in de ploeg. Bij de knapen (nationaal) en bij de scholieren (provinciaal, omdat KFC Eeklo naar 3de klasse was gedegradeerd) leek niks een voetbalcarrière in de weg te staan. 2de of 3de klasse behoorde zeker en vast tot de mogelijkheden, maar bij de junioren liep het mis. Ik liep voor het eerst in mijn leven een serieuze blessure op. Ik had een chronische ontsteking op beide patellapezen en na 1001 onderzoeken en behandelingen en nog meer dokters bleek er weinig of niks aan te doen. Het moest eruit groeien. Ik kon dus niet verder en moest op zoek gaan naar een sport waarbij ik geen last had en dat bleek wielrennen.
Ik stopte in februari met voetballen, kocht een fiets in maart en trad in competitie in april. Hoewel mijn beide ouders gekoerst hadden, kende ik amper een voorwiel uit een achterwiel maar ik reed wel direct in de prijzen en de eerste overwinningen lieten dan ook niet lang op zich wachten. Bij de junioren won ik 30 keer maar omdat ik bij een kleine ploeg reed, werd ik nooit geselecteerd voor EK of WK.
Vader François opperde dat een professioneel bestaan als renner tot de mogelijkheden behoorde en hoewel ik daar nooit bij stil had gestaan, besloot ik in samenspraak met mijn ouders niet verder te studeren, een topsportstatuut aan te vragen en mij toe te leggen op het wielrennen. Bij de beloftecategorie ging ik aan de slag bij Beveren 2000, een kersverse goed gestructureerde semiprofessionele ploeg uit West-Vlaanderen en opnieuw reed ik van de ene overwinning naar de andere. Einde 2003 proefde ik voor het eerst van het profleven als stagiair bij Lotto en hoewel ik het moeilijk had, reed ik toch in de prijzen. Jammer genoeg kon ik geen contract tekenen omdat Lotto en Domo, samensmolten tot 1 ploeg en er geen plaats was voor neo’s. Mijn laatste jaar als belofte ging ik aan de slag bij Go Pass – ABX, de ploeg van Marcel Van Der Slagmolen en Dirk De Wolf. Ik werd zegekoning met 12 overwinningen en werd geselecteerd voor EK en WK, en niet veel later tekende ik mijn eerste contract bij Vlaanderen – T-interim.
Op mijn 23ste begon ik dus te werken en had ik de status van professioneel sporter bereikt. Ik won 8 keer en het was sinds 1993 geleden dat iemand mij dat had voorgedaan. Het was dus een geslaagd verkenningsjaar bij de profs. Het jaar nadien werd de ploeg overgenomen door Chocolade Jacques en het statuut van jongerenploeg werd iets of wat afgezwakt met de komst van enkele ervaren rotten. We gingen meer als ploeg rijden en dat lag me minder, het gewicht van de koers dragen en nog in de prijzen rijden was moeilijk. Het eerste jaar gedroeg ik mij als een sluipschutter, het 2de meer als kanonnenvlees. Ook in 2006 en 2007 bleef ik de Chocolade Jacquesploeg trouw en ieder jaar leverde ik een aantal overwinningen aan de ploeg en leerde ik mezelf en de wielerwereld beter en beter kennen.
In 2008 kwam de beloning met een contract bij de Franse ploeg Agritubel, een heel gamma nieuwe, vooral Franse koersen dienden zich aan en ook de Tour de France stond op het programma. Jammer genoeg gooide een appendixoperatie roet in het eten en stond ik een kleine 2 maanden als toeschouwer langs de kant. Toch won ik nog 3 keer en trouwde ik in de herfst met mijn allerliefste Hannelore zodat ik het jaar nog in schoonheid kon afsluiten.